|
![]() |
0 actieve gebruikers Inloggen bestaande gebruiker Aanmelden nieuwe gebruiker Naar mobiele versie |
||
Au camping je dors dans ........ (een slaapzak).
(Mijn broer heeft altijd geld bij zich.)
Mon frère a toujours de l’argent ........ lui.
Ce sont ........ grosses fraises, pas ........ mûres mûres qu'il me faut!
(Vele schilders en schrijvers kwamen in Normandië om er te werken.)
Beaucoup de peintres et d’écrivains ........ en Normandie pour y travailler.
venir = komen
ils venaient = zij kwamen; de imparfait wordet gebruikt omdat het vaak voorkwam
il est venu = hij is gekomen
‘Ils ont venu’ is fout omdat ‘venir’ met ‘être’ wordt vervoegd in de passé composé (de voltooide tijd).
ils viennent = zij komen
y travailler = er werken
© 2015 - Martin van Toll Producties en levendetalenfrans.nl NuBeterFrans is mede mogelijk gemaakt door de Sectie Frans van Levende Talen |