29071 actieve gebruikers

Inloggen bestaande gebruiker
Aanmelden nieuwe gebruiker

Naar mobiele versie

i.s.m. 


Voorzetsels


 les prépositions 

 

De volgende voorzetels, die niet letterlijk te vertalen zijn, komen aan bod:

 

In het algemeen worden de voorzetsels 'à' , 'de' , 'en' herhaald in dezelfde zin.

De andere voorzetsels mogen worden herhaald, maar het hoeft niet.

 

Voorbeeld:

  • Hij is naar Lille en Parijs gegaan.
    Il est allé à Lille et à Paris.
  • Zij praat over haar familie en haar werk.
    Elle parle de sa famille et de son travail.

Hier volgen voorzetsels in vaste combinaties die niet letterlijk vertaald kunnen worden.

aan  
aan zee au bord de la mer
aan de ene kant d'un côté
aan de andere kant de l'autre côté
aan deze kant, aan die kant de ce côté-ci, de ce côté-là
aan de kant van de kapperszaak du côté du salon de coiffure
   
bij  
Bij de tandarts.  Chez le dentiste.
Zij is bij mevrouw Dublanc (thuis). Elle est chez Mme. Dublanc.
Zij zijn bij meneer Dupuis (samen met). Ils sont avec M. Dupuis.
Bij de kerk Près de l'église
Hij gaat bij mij zitten. Il s' assoit (au)près de moi.
Bij zulk weer ga je niet de weg op. Par un temps pareil il ne faut pas conduire.
Deze doos is 1 meter lang bij 2 meter breed. Cette boîte est d'un mètre de long sur 2 mètres de large. 
Hij heeft nooit geld bij zich. Il n'a jamais d'argent sur lui.
Bij aankomst van de trein.    À l'arrivée du train.
Bij zonsondergang
 Au coucher du soleil
Bij zonsopkomst Au lever du soleil
door  
De vrouw loopt door de stad. La femme se promène par la ville.
Het kind kijkt door het raam. L'enfant regarde par la fenêtre.
Hij kijkt door een sleutelgat. Il regarde à travers le trou de la serrure.
Door hard te gillen, vraag je om hulp. En criant fort, on demande de l'aide.
   
met  
Ze reist altijd met haar hond. Elle voyage toujours avec son chien.

Ze neemt altijd koffie met melk.

Elle prend toujours un café au lait.

(of: un café crème)

Jeanne is heel blij met haar nieuwe auto. Jeanne est très contente de sa nouvelle voiture.
Met kerstmis
A Noël
naar  
Zij nemen de snelweg naar Bordeaux. Ils prennent l'autoroute de Bordeaux.
Hij gaat naar de uitgang. Il va vers la sortie.
Jij gaat naar de bakker. Tu vas chez le boulanger.
   
onder  
onder het publiek  parmi le public
Het is 3 graden onder nul. Il fait trois degrés au-dessous de zéro.
   
ongeveer  
ongeveer vijf kilometer environ / à peu près cinq kilomètres
   
over  
Hij springt over een sloot. Il saute par-dessus un fossé.
Zij praten over haar. Ils parlent à son sujet/ ils parlent d'elle.
Waarover gaat het? De quoi s'agit-il?
Er is een brug over de rivier. Il y a un pont sur le fleuve/la rivière.
   
op  
Hij woont op de derde verdieping. Il habite au troisième étage.
Zij werkt op een school.  Elle travaille dans une école. 
op zijn Frans à la française
ieder op zijn beurt chacun à son tour
op een boze toon d'un ton fâché
op deze manier de cette façon/manière
op school / op straat à l'école / dans la rue 
Is hij boos op mij? Est-il fâché contre moi?

Jeanne is verliefd op Nicolas.

Nicolas is verliefd op Sabine.

Jeanne est amoureuse de Nicolas.

Nicolas est amoureux de Sabine.

   
per  
Deze stof kost 2 euro per meter. Ce tissu coûte 2 euros le mètre.
Een pakje per post versturen. Envoyer un paquet par la poste.
De sinaasappels kosten 1 euro per stuk. Les oranges coûtent 1 euro la pièce.
Je mag hier 120 kilometer per uur rijden. On peut faire cent vingt kilomètres à l'heure ici.
Per dag / per maand. Par jour / par mois.
   
tegen  
Deze winkel verkoopt tegen lage prijzen. Ce magasin vend à des prix bas.
Zij is aardig tegen iedereen. Elle est aimable envers tout le monde.
Hij zet zijn auto tegen de stoeprand. Il met sa voiture contre la bordure du trottoir.
   
tot  
Je gaat rechtdoor tot het kruispunt. Tu vas tout droit jusqu'au carrefour.
Je loopt tot het gemeentehuis. Tu vas jusqu'à la mairie.
Je loopt tot de kerk. Tu vas jusqu'à l'église.
Tot straks! À tout à l'heure!
Tot mijn groot verdriet komt hij niet. À mon grand regret il ne viendra pas.
Tot ziens.  Au revoir.
   
uit  
Hij pakt een boek uit de boekenkast. Il prend un livre dans la bibliothèque.
Dit moet je uit je hoofd leren. Il faut apprendre cela par coeur.
Zij komt uit Nice / uit Le Havre.  Elle vient de Nice / du Havre.
Hij geeft uit beleefdheid een hand. Il donne la main par politesse. 
   
van  
Deze fiets is van mij. Ce vélo est à moi.
Van wie is deze mobiel? Ce téléphone portable est à qui?
Vanaf zaterdag rijden de treinen weer. À partir de/dès samedi les trains roulent de nouveau.
Vanwege het slechte weer wordt er
code oranje afgegeven.
À cause du mauvais temps on donne
code orange.
De meeste van ons blijven dan ook thuis. La plupart d'entre nous reste à la maison alors.
Voor het sinterklaasfeest hebben we een huisje van karton gefabriceerd.

Pour la fête de la Saint Nicolas nous avons fabriqué une petite maison en carton.
(of: de carton)

   
voor  
Dit cadeau is voor jou. Ce cadeau est pour toi.
Bedankt voor je uitnodiging. Merci de ton invitation.
Hoeveel heb je voor deze spijkerbroek betaald? Tu as payé combien ce jean?

De ploeg vóór de runderen zetten.

Mettre la charrue avant les boeufs.

Ik ben vóór mijn broer gearriveerd.

Je suis arrivé avant mon frère.

Hij staat voor het scherm. 

Il est debout devant l'écran.
Ik ben nooit bang voor onweer.

Je n'ai jamais peur de l'orage.






Beter Spellen  Beter Rekenen  NU Beter Engels  NU Beter Duits  NU Beter Frans  Beter Verkeer  Beter Bijbel  

© 2015 - Martin van Toll Producties en franszelfsprekend.nl

NuBeterFrans is mede mogelijk gemaakt door de Sectie Frans van Levende Talen