(Heb jij een maand op een boerderij gewerkt ?)
........ un mois dans une ferme?

(Ken jij dit liedje van Maître Gims ?)
........ cette chanson de Maître Gims ?
Vul in:
L'élève demande à son camarade de classe: 'C'est ........ (jouw schrift) ou ........ (het mijne)?'

le cahier = het schriftton cahier = jouw schrift
'het mijne' slaat terug op 'le cahier'. Dus: le mien.
Op welk bedrijf hangt dit bord?