(Zij kwamen altijd op tijd binnen.)
Ils ........ toujours à l'heure.
Mannelijk of vrouwelijk (‘un’ of 'une')?
een element = ........ élément
(Van half april tot half september is de helft van de Parijse parken 24 uur per dag geopend.)
De mi-avril à mi-septembre la moitié des parcs ........ est ouverte 24 heures par jour.
(Het evenement zal plaats vinden van 5 juni tot 11 juni aan de voet van de Eiffeltoren.)
L'événement aura lieu ........ 5 ........ 11 juin au pied de la Tour Eiffel.
