(Mijn buurmeisje kan elke dag paardrijden. Ze heeft haar eigen paard.)
Ma voisine ........ faire du cheval chaque jour. Elle a son propre cheval.

Hij eet nooit spruitjes.

(De negende verdieping van het flatgebouw is in brand gevlogen.)
Le ........ étage de l’immeuble a pris feu.

In een reisbrochure voor cruises staat: "80 € de pourboires pour la semaine en mer".
Wat wordt ermee bedoeld?