(Zij is mij € 250 schuldig.)
Elle m(e) ........ 250 €.
'Doit' is derde persoon enkelvoud van 'devoir. Devoir betekent 'moeten', 'te danken hebben' en 'verschuldigd zijn'.
Une dette = een schuld
la faute = de fout, het gebrek
coupable (bijvoeglijk naamwoord) = schuldig (na een overtreding)
vaut = is waard (cela vaut 250 euros= dat is 250 euro waard). Komt van het werkwoord 'valoir'. Niet te verwarren met het werkwoord falloir (il faut) = moeten, nodig hebben.
Il vaut mieux que ça = hij is meer waard dan dat
Il vaut mieux étudier le matin que le soir = je kunt beter 's ochtends studeren dan 's avonds.
Wat betekent:
Cet élève est à la traîne de sa classe.
Il a avalé une mouche.
Wat betekent het dik gedrukte woord?
une mouche = een vlieg
doodmeppen = écraser
verjagen = chasser
bestuderen = examiner
Il m'a ........ (lastig gevallen) toute la journée!
Welk woord kan hier NIET gebruikt worden ?