(Jean-Paul en Nadine ontmoeten elkaar af en toe.)
Jean-Paul et Nadine se rencontrent ........ .
Welke vorm hoort NIET bij het werkwoord ‘comprendre’?
(Hij spreekt goed Spaans.)
Il parle ........ espagnol.
Marion est malade. Elle est ........ (in bed).
Elle est alitée = (ook) zij ligt op bed
aliter = iemand dwingen in bed te blijven
s’aliter = naar bed gaan (wegens ziekte)
‘en lit’ en 'dans lit' zijn geen correcte combinaties.