Op de markt: wat lees je op het bordje?
Vul het ontbrekende woord in:
"Pastèque avec ou sans ........ (pitten).

Mannelijk of vrouwelijk (‘le’ of ‘la’)?
de lijn = ........ ligne
Hoe zeg je: Ik heb je iets te zeggen.
In deze zin moet het woord ‘mot’ worden gebruikt en niet ‘parole’.
causer/parler = praten (onovergankelijk)
dire = zeggen
le mot = het woord
une parole = een uitspraak, woorden uit een woordenboek (' les paroles' kan ook betekenen de woorden van een liedje)
'quelques mots' is informeel taalgebruik.
vous = u/ jullie