(Heb jij een blaadje voor me?)
........ une feuille de papier pour moi?

(Heb je een goede vakantie gehad?)
Tu ........ de bonnes vacances ?
La récré (de pauze) commence à ........ (12.25h).

Serge et Manon ont une maison en France avec ........ (een kleine binnenplaats).
Welke woorden passen NIET in de zin?