(Zij is mij € 250 schuldig.)
Elle m(e) ........ 250 €.
'Doit' is derde persoon enkelvoud van 'devoir. Devoir betekent 'moeten', 'te danken hebben' en 'verschuldigd zijn'.
Une dette = een schuld
la faute = de fout, het gebrek
coupable (bijvoeglijk naamwoord) = schuldig (na een overtreding)
vaut = is waard (cela vaut 250 euros= dat is 250 euro waard). Komt van het werkwoord 'valoir'. Niet te verwarren met het werkwoord falloir (il faut) = moeten, nodig hebben.
Il vaut mieux que ça = hij is meer waard dan dat
Il vaut mieux étudier le matin que le soir = je kunt beter 's ochtends studeren dan 's avonds.
In een brochure over de aanschaf van zonnepanelen lees je: 'Faites réaliser plusieurs devis".
Waar wordt op gewezen?
In een gastronomische folder over Luik (Liège) staat:
'Un ingrédient fétiche de la cuisine de Liège est le sirop.'
Wat betekent hier 'un ingrédient fétiche'?
fétiche = fetisj, iets dat geluk brengt; synoniem: mascotte OF gri-gri. In deze (culinaire) context betekent het 'onmisbaar'.
weinig mensen = peu de gens
kennen = connaître
lokaal = local
geluk brengen = porter bonheur
Il me faut un casse-dalle, sinon je n’y arrive pas.
Wat betekenen het vetgedrukte woorden?
j'ai la dalle = ik rammel van de honger.
casser= stoppen, eindigen
een gereedschap = un outil
een rustpauze = une pause
je n'y arrive pas = het lukt me niet