Il faut qu’Anne ........ (jouer) du violoncelle pour papa.

Welk zelfstandig naamwoord past hier?
Il y a une piste cyclable sur ........ de 3 km.
'De vier windstreken' is in het Frans ........ .
Elle a du chien, cette actrice.
Wat betekenen de vetgedrukte woorden ?
Avoir du chien = er goed uitzien en dat zelf ook weten; sexappeal, karakter hebben
een sloerie = une salope
Wat een hondenleven! = quelle chienne de vie/ quelle vie de chien!
Ze heeft talent = elle a du talent.