vous connaissiez = jullie kenden / u kende vous avez reconnu = u heeft herkend/ jullie hebben herkend vous aviez reconnu = u had herkend/ jullie hadden herkend
De vous-vorm (beleefdheidsvorm) wordt altijd gebruikt wanneer men met onbekenden praat. In spreektaal hoeft in een vraagzin de volgorde niet per se omgekeerd te worden.
Waar in het Nederlands het lidwoord wordt weggelaten, gebruikt het Frans het 'delend lidwoord'. Dit bestaat uit het voorzetsel 'de' + het lidwoord. 'de le' trekken samen tot 'du' 'de les' trekken samen tot 'des' 'de la' en 'de l'' veranderen niet.
Hoe zeg je: We wonen op de eerste verdieping van een flatgebouw.
On habite au premier étage d'un immeuble. Nous habitons dans la première maison. Nous habitons au premier d'un appartement. On habite au premier dans une flatte.
On habite au premier = wij wonen/men woont op de eerste verdieping; dit kun je ook zeggen. Nous habitons dans la première maison = wij wonen in het eerste huis. Un appartement = een flat, maar geen flatgebouw. 'Une flatte' bestaat niet.