(Ik speel geen kaart.)
(Jij stapt in de bus naar Parijs.)
Tu ........ dans le car pour aller à Paris.

(Jullie drinken champagne.)
Vous ........ du champagne.

Het Franse woord voor 'diesel' is ........ .
l’essence = de benzine
le plein = vol (volgooien in de context van tanken))
le sans-plomb = de loodvrije benzine