MOB-versie | Naar grote versie



ontkenning

La négation - De ontkenning

 

De ontkenning in het Frans bestaat meestal uit twee delen.

Om zinnen ontkennend te maken, zet je het eerste deel van de ontkenning (ne) vóór de persoonsvorm en het tweede, variabele deel (pas, plus, jamais etc.) direct achter de persoonsvorm.

Als de persoonsvorm begint met een klinker of 'een stomme -h' dan verandert ne in n'.

 

1E DEEL ONTKENNING (NE) – PERSOONSVORM – 2E DEEL ONTKENNING

 

Bijvoorbeeld:

  • Ik werk niet in het weekend.
    Je ne travaille pas pendant le week-end.
  • Ik woon niet in Parijs.
    Je n'habite pas à Paris.
  • Ik heb geen mobiel.
    Je n'ai pas de portable.

Bij de passé composé en de futur proche komt de ontkenning op dezelfde plaats, dus 'ne' vóór de persoonsvorm en pas/plus etc. er direct na..

 

Bijvoorbeeld:

  • Wij hebben nooit in een appartement gewoond.
    Nous n'avons jamais habité dans un appartement.
  • Hij gaat niet vertrekken.
    Il ne va pas partir.

Bij wederkerende werkwoorden en bij zinnen met een (extra) persoonlijk voornaamwoord komt 'ne' vóór het persoonlijk voornaamwoord te staan.

 

Voorbeeld:

  • Le matin je ne me lave pas.
  • Le professeur ne m’écoute pas.

Uitzonderingen:

Bij ne ... personne, ne ... aucun en ne ... nulle part staat het tweede deel van de ontkenning achter het hele gezegde

 

Voorbeeld:

Je n'ai vu personne.

Il n'a trouvé aucune indication.

Mon copain ne veut aller nulle part.

 

Ne ... pas du tout en ne .. pas non plus vallen meestal uiteen bij een passé composé, een futur proche en als er een lijdend voorwerp achter het gezegde staat.

 

Voorbeeld:

Elle ne veut pas partir du tout.

Moi, je n'ai pas d'argent non plus.

 

 

Ontkenningen:

niet ne ... pas
niet ... meer ne ... plus
nooit ne ... jamais
niets ne ... rien
niemand ne ... personne
nergens ne ... nulle part
nog ... niet ne ... pas encore
ook... niet ne ... pas non plus
nauwelijks ne ... guère

 

In de spreektaal wordt ne vaak weggelaten.

Bijv.

  • J'habite pas ici.: Ik woon hier niet.
  • J'ai pas envie.: Ik heb geen zin.

Zie het filmpje over de ontkenning.

 

Nog een paar opmerkingen:

- Als er geen werkwoord in de zin of in de bijzin staat, laat je ne weg.

  • Tu as vu quelqu'un? Non, personne.
    Heb je iemand gezien? Nee, niemand.

''Ook niet'':

Ik ook niet Moi non plus
Jij ook niet Toi non plus
Hij/Zij ook niet Lui/elle non plus
Wij ook niet Nous non plus
Jullie/u ook niet Vous non plus
Zij ook niet Eux/elles non plus

 

Geen enkele = ne...aucun(e)

Bijvoorbeeld: Il n'a aucun ami = hij heeft geen enkele vriend

 

Tot slot :

Als je na een ontkennende zin een bevestigend antwoord wilt geven, dan gebruik je si in plaats van oui.

Si = ja(wel)

  • Tu ne veux pas de légumes? Si, j’en veux!





Help | Contact  |  Instellingen  |  


Beter Spellen Beter Rekenen NU Beter Engels NU Beter Duits NU Beter Frans NU Beter Spaans Beter Bijbel



Martin van Toll Producties
in samenwerking met
Fundgrube Deutsch