(Ga jij naar de stad?)
Tu ........ en ville?
Mannelijk of vrouwelijk (‘un’ of ‘une’)?
een idee = ........ idée

Een fles water alstublieft.
Zet het vetgedrukte lidwoord en het zelfstandig naamwoord in het meervoud.
L'été dernier, on a fait du camping au bord de la Loire et on a visité un château du 17e siècle.