MOB-versie | Naar grote versie






positie vnw.

Het persoonlijk voornaamwoord staat altijd voor een vervoegde werkwoordsvorm (persoonsvorm) of voor een heel werkwoord.

Bijvoorbeeld:

  • Il me téléphone.
    Hij belt me.
  • La nature? Il faut la protéger.
    De natuur? Je moet haar beschermen. 
  • Il nous a envoyé des cartes postales.
    Hij heeft ons ansichtkaarten gestuurd.
  • Tu achètes du jambon?
    Oui, j'en achète.
  • Ils vont venir au restaurant?
    Oui, ils vont y venir.

Als er meerdere persoonlijke voornaamwoorden in de zin staan, dan is er een vaste volgorde.

- le, la en les staan het dichtst bij het werkwoord.

- lui en leur staan altijd achter le, la, les.

- 'y' en 'en' staan achter de andere voornaamwoorden.

 

Schematisch wordt het dan zo:

me le /les    lui y      en  
te la/les leur    
se        
nous        
vous        

 

Bijvoorbeeld:

  • Elle me le confirme.
    Zij bevestigt het me.
  • Je le lui ai donné.
    Ik heb het hem gegeven.
  • Elle nous y trouvera.
    Zij zal ons er vinden.
  • Nous lui en parlerons.
    Wij zullen haar/hem erover spreken.